Terugblik: Partnerlunch 13 maart 

Op 13 maart vond een inspirerende partnerlunch plaats, georganiseerd door de gemeente Amsterdam en het programmateam van het Convenant Houtbouw MRA. In de sfeervolle setting van De Uilenburgersjoel in Amsterdam kwamen partners samen om het werkplan houtbouw van de gemeente Amsterdam, het concept NTA 6125 ‘brandveiligheid en massieve houtbouw’ te bespreken en vooruit te kijken naar de toekomst van houtbouw in de regio.

Welkom en inleiding

Bob van der Zande opende de bijeenkomst met een warm welkom aan alle aanwezigen, met speciale aandacht voor de nieuwe partners van het Convenant Houtbouw MRA. Hij benadrukte dat het huidige convenant aan het einde van dit jaar afloopt en dat een evaluatie moet uitwijzen welke stappen nodig zijn voor een vervolg: het Houtbouw Convenant 2.0.

De locatie, De Uilenburgersjoel, bleek een toepasselijke keuze: een historisch gebouw, oorspronkelijk een synagoge, met een rijke traditie van samenkomst en gemeenschapsvorming. Vanuit de zaal waren de houten pilaren goed te zien.

Opening door de stadsdeel oost wethouder van Amsterdam Jan Bert Vroege 

Jan Bert Vroege sprak kort over de urgentie van houtbouw en gaf aan dat na een college over dit onderwerp hij volledig overtuigd was: de tijd is rijp om door te pakken. Wel benoemde hij de uitdaging om zowel politiek als publiek breed enthousiast te krijgen voor deze beweging.

Presentatie gemeente Amsterdam 

Implementatie van houtbouw

Jeroen van der Waal nam samen met zijn collega’s Peter Kroon en Bas Horsting het publiek mee in het implementatieplan van houtbouw binnen de gemeente Amsterdam voor de komende twee jaar: 2025 en 2026. Hieronder de belangrijkste onderwerpen:

  • Werkplan Amsterdam: hoe wordt houtbouw geïntegreerd in de ontwikkelstrategie en beleidskader?

  • Kansenkaart Houtbouw: een visueel hulpmiddel om geschikte locaties voor houtbouw in de stad te identificeren, op basis van een aantal criteria. 

  • Beleidskader en standaardteksten: instrumenten om houtbouw beter in beleid en regelgeving te verankeren.

  • Financiële instrumenten: zijn er mogelijkheden om een tegemoetkoming in de businesscase van houtbouw te ontwikkelen of moet er meer gericht worden op kostenbesparing? 

Jeroen, met 30 jaar ervaring in duurzaamheid, benadrukte dat er eindelijk schot in de zaak zit. Het convenant heeft hierin een doorslaggevende rol gespeeld door houtbouw uit de duurzaamheidshoek te trekken en in de woningbouw portefeuille te brengen.

Grondontwikkeling en regelgeving

Peter Kroon presenteerde de uitdagingen en kansen van houtbouw binnen het nieuwe beleidskader van de gemeente. Binnen het beleidskader 'Gewoon Goed' staan de ambities voor de woningbouwproductie centraal. De gemeente streeft ernaar jaarlijks 7.500 woningen te realiseren, waarmee het de groei van de stad kan blijven ondersteunen en tegelijkertijd bijdraagt aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. 

Om houtbouw beter in de planvorming te implementeren, worden er handreikingen opgesteld die beleidsmakers en ontwikkelaars ondersteunen bij het integreren van houtbouw in nieuwe projecten. Ondanks de wens om houtbouw zoveel mogelijk te stimuleren, kan het niet als verplichte eis worden opgelegd. Toch wil de gemeente alle mogelijkheden benutten om houtbouw maximaal te faciliteren, door bijvoorbeeld het wegnemen van ruimtelijke belemmeringen, kavelpaspoorten en andere instrumenten die het makkelijker maken om geschikte locaties voor houtbouw te identificeren en ontwikkelen.

Daarnaast staat de gemeente Amsterdam open voor kennisuitwisseling met andere steden, zoals Purmerend en Zaanstad, die vergelijkbare ambities hebben op het gebied van duurzame woningbouw en houtbouw. Er is ook actief contact met het ministerie om te zorgen voor landelijke ondersteuning, zodat de mogelijkheden voor houtbouw verder uitgebreid kunnen worden. 

Gebiedsontwikkeling en tenders

Binnen de gemeente Amsterdam wordt er hard gewerkt aan het verbeteren van gebiedsontwikkeling en tenders, met als doel houtbouw te stimuleren. Zo wordt er tegenwoordig gewerkt met bandbreedtes, waardoor er meer ruimte ontstaat voor innovatie en maatwerk in plannen.

Daarnaast wordt er binnen de gemeente een gedetailleerde gebiedsanalyse uitgevoerd om te beoordelen welke kavels geschikt zijn voor houtbouw. Hierbij wordt gekeken naar verschillende factoren die de geschiktheid van een locatie beïnvloeden. De belangrijkste criteria voor geschikte kavels zijn onder andere de vorm en afmetingen van de kavel, waarbij rechthoekige kavels met voldoende diepte en breedte geschikt zijn voor een efficiënte indeling. Ook de vrije rooilijnen en bouwhoogtes tussen de 20 en 30 meter sluiten aan bij houtbouwsystemen. Daarnaast wordt de bodemgesteldheid van de locatie beoordeeld, waarbij voldoende draagkracht zonder zware funderingen gewenst is. Omgevingsfactoren zoals geluidsbelasting en trillingen zijn ook cruciaal voor de lange levensduur en stabiliteit van houten gebouwen.

Deze aanpak kan verder worden uitgebreid naar andere gemeenten binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA), waardoor er een breder netwerk van geschikte locaties voor houtbouw ontstaat.

Financiële haalbaarheid
Jeroen sloot af met een financiële presentatie over de kosten en prikkels voor houtbouw. Momenteel is houtbouw nog duurder dan bouwen met conventionele materialen, maar de kosten worden steeds concurrerender, mede doordat de markt steeds volwassener wordt. Om hier verder op in te zetten, wordt er door de gemeente gekeken naar een aantal mogelijke financiële stimulansen. (1) Met groene leges kan de gemeente korting geven op bouwleges voor duurzame projecten. (2) Construction Stored Carbon Credits kunnen een financiële compensatie bieden wanneer er koolstof vastgelegd wordt in een project. (3) De mogelijkheid om subsidies te herverdelen, waarbij een deel van de ontvangen subsidie van €7000 per woning richting houtbouw gaat, en (4) het inzetten van true-pricing modellen, waar milieuschade meegerekend wordt in kostenafwegingen. Dit wordt ook al gedaan in Utrecht. 

Het is nu aan de gemeente om te kijken of deze financiële stimulansen realistisch zijn, en of deze genoeg kunnen bijdragen aan de businesscase. De gemeente heeft afgesproken met een aantal woningcorporaties en ontwikkelaars om dit verder te onderzoeken. 

Brandveiligheid en houtbouw

Jurrian Knijtijzer (Finch Buildings) en Ron Galesloot (Brandweer Amsterdam-Amstelland) presenteerden de nieuwste inzichten over de recent gepubliceerde concept-NTA 6125:2025 voor brandveiligheid in houtbouw. 

Hout als bouwmateriaal heeft andere eigenschappen vergeleken met conventionele materialen als beton en staal. Houten gebouwen branden anders. Het brandt bijvoorbeeld langer en intenser, doordat er een grotere hoeveelheid brandstof aanwezig is in het gebouw. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) biedt momenteel niet altijd voldoende maatregelen om de vuurlast te verlagen in houten gebouwen, met name hoogbouw. Om dit te waarborgen moeten er extra maatregelen genomen worden. Vaak oordelen de brandweer en vergunningverleners dan zelf welke aanvullende maatregelen genomen moeten worden.

Met deze Nederlandse Technische Afspraak (NTA) moeten er gestandaardiseerde aanvullende maatregelen komen voor nieuwbouwprojecten met massieve houtbouw als constructief bouwmateriaal. Hierin wordt ingegaan op zowel passieve als actieve maatregelen om de brandveiligheid te waarborgen, waarin rekening wordt gehouden met de verschillende typologieën. De beheersmaatregelen gaan in op het beheersen van branduitbreiding, de kans op doorbranden verminderen, de ondersteuning van de brandbestrijding en de betrouwbaarheid van de constructies. Het is uiteindelijk de bedoeling dat er efficiënter getoetst kan worden, doordat de aanvullende maatregelen een meer gestandaardiseerde vorm hebben. 

Deze aanvullende maatregelen kunnen brandveiligheidseisen voor houtbouw complexer maken, terwijl klimaatvriendelijk bouwen steeds urgenter wordt. Het is daarom belangrijk dat hier een goede balans in gevonden wordt, waarbij brandveiligheid gegarandeerd wordt maar de opschaling van houtbouw niet in de weg staat. 

Het is nog onvoldoende duidelijk in hoeverre deze maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan een verhoogde brandveiligheid in de praktijk. Hier is verder grondig onderzoek voor nodig, met onder andere impactanalyses. Er werd geopperd om als convenant gezamenlijk een reactie op de NTA in te dienen. De deadline hiervoor ligt in april.

Afronding en oproepen

Tot slot werden verschillende oproepen gedaan:

  1. Een mogelijke reactie op de concept NTA brandveiligheid: partners worden uitgenodigd om mee te werken aan een gezamenlijke reactie. Hier is meer informatie en een reactie te plaatsen (tot en met 15 april 2025): https://normontwerpen.nen.nl/Home/Details/999 

  2. De gemeente heeft afgesproken met een aantal woningcorporaties en ontwikkelaars om financiële stimulering van houtbouw verder te onderzoeken. De gemeente deed een oproep aan bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties om mee te denken over maatregelen en hoe groot het gat is dat gedicht moet worden. 


Volgende
Volgende

Terugblik: Excursie Ursem & TIMBR